Jump to content

Page:Adjaran gampang deri agama serani.pdf/15

From Wikisource
This page has been proofread.

[ 14 ] 10. Wat moet ons dus van de zonde afschrikken? Ik moet gedurig denken, dat God alles weet, wat ik denk, spreek en doe. Jozef zeide, GEN. 59. vs. 9., zoude ik dit groote kwaad doen en zondigen tegen God?

11. Het is Hem dus niet om het even, of wij goed of kwaad doen? Neen; want Hij is heilig en regtvaardig; daarom beloont Hij het goede en straft het kwade. Abraham zeide, GEN. 18. vs. 25., zoude de Rigter der gansche aarde geen regt doen? En Jezus tot Zijne leerlingen, MATTH. 10. vs. 28., vreest Hem, die ziel en ligchaam kan doen verloren gaan in de hel.

12. Moeten wij Hem slechts vreezen? Neen; want God is liefde; 1 JOH. 4. vs. 8. en Ps . 145. vs. 9. De Heer is aan allen goed en Zijne barmhartigheden zijn over al Zijne werken.

DERDE LES.

1. Wat lezen wij het eerst in den Bijbel? In den beginne schiep God hemel en aarde; GEN. 1. vs. 1 .

2. Wat wil dat zeggen? Dat God alles uit niets heeft daargesteld.

3. Draagt God voor de wereld nog zorg? Hij onderhoudt haar en geeft aan alle schepselen, wat zij noodig hebben; Ps. 145. vs. 15 en 16. Aller oogen wachten op U, en Gij geeft hun hunne spijze te zijner tijd: Gij doet Uwe hand open verzadigt al, wat leeft, met welgevallen.

4. Wat doet God meer? Ps. 95. vs. 1. De Heer regeert.

5. Hoe noemt men de onderhouding en besturing der wereld? Voorzienigheid.

6. Wat is uw pligt, daar gij op de wereld zijt?